17-10-07

Antiraketschild zet politiek op scherp

De plannen voor een antiraketschild in Europa maken duidelijk hoe de politieke scheidslijnen lopen, stelt Willem Schneider.

Het voornemen van de Amerikanen om antiraketsystemen in Oost-Europa te plaatsen, laat nieuwe politieke scheidslijnen zien. De NAVO-landen vergaderen in juni voor het eerst over het omstreden antiraketsysteem voor Europa, om deze lijnen te verwijderen. Militair gezien is het systeem moeilijk te verdedigen.

De argumenten voor plaatsing zijn bekend. Het systeem is vooral bedoeld om ballistische raketten vanuit Iran en Noord-Korea te vernietigen. Maar niet alleen daarvoor. Het hoofd van het Amerikaanse bureau voor raketverdediging, luitenant-generaal Obering, gaf onlangs aan dat meer dan twintig landen de rakettechnologie in huis hebben. De Amerikanen lijken als antwoord een wereldwijd antiraketsysteem te willen plaatsen, van Polen tot Japan, met radars geplaatst in Groenland, Engeland en Tsjechië. Ze lijken hiermee (definitief) te hebben afgerekend met de gedachte van de Mutual Assured Destruction (MAD), wederzijdse verzekerde afschrikking. De MAD-gedachte hield in dat Rusland en Amerika de mogelijkheid van elkaars totale vernietiging openhielden. Daarom bouwden beide landen geen uitgebreid schild tegen raketten.

Gelet op de toename van het aantal kernwapenlanden lijkt Amerika te kiezen voor een andere koers: het wil dat de eerste tien raketsilo’s al in 2013 in Polen operationeel zijn. Obering wil ook een mobiele radar in Armenië, Azerbeidzjan of Georgië. Zo’n radarsysteem kan eerder langeafstandsraketten opsporen dan andere geplande systemen in Europa.

Vanuit de historische vrees omsingeld te worden, is het begrijpelijk dat de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, fel tegen de plannen is. Hij gelooft niet dat het antiraketsysteem tegen Iran is gericht, maar bedoeld is „om raketten te onderscheppen die afgevuurd worden vanaf Russisch grondgebied.” President Poetin zit op dezelfde lijn. Nieuw in deze benadering is dat Rusland strategische offensieve wapens inzet tegen louter defensieve systemen.

Toch weten Russische en Amerikaanse militairen dat deze systemen uiterst kwetsbaar zijn. De Amerikanen kunnen geen honderden kernkoppen op intercontinentale ballistische raketten met tien of meer raketsilo’s tegenhouden. Volgens het SORT-verdrag (Strategic Offensive Reductions Treaty) uit 2002 hebben de Russen (en de Amerikanen) tegen 2012 1700 tot 2200 strategische kernwapens. Voldoende om antiraketsystemen te elimineren. Ook luitenant-generaal Igor Khvorov, commandant van de Russische strategische luchtmacht, gaf aan dat de silo’s waarin deze raketten zijn opgeslagen, heel kwetsbaar zijn. Ze zijn een gemakkelijk doelwit voor kruisraketten, afgevuurd vanuit bijvoorbeeld de Tu-160 Blackjack.

Bij de bouw van raketsilo’s zullen de Amerikanen op langere termijn ook rekening houden met de Chinese nucleaire dreiging. Zoals aangegeven brengen de VS volgens het SORT-verdrag het arsenaal van 10.000 kernkoppen naar 1700 terug. China zal volgens deskundigen het aantal kernkoppen juist vermeerderen: van 80 naar circa 1800. Volgens deze specialisten komt deze toename door de MIRV’s (Multiple Independently Targeted Reentry Vehicle). Inzet van MIRV’s betekent dat per raket verschillende kernkoppen worden gelanceerd, die elk naar een apart doel worden gestuurd.

De Amerikaanse vermindering en de Chinese toename leiden tot een zeker nucleair evenwicht.

Een politieke scheidslijn vormt de ondeelbaarheid van de Europese veiligheid. Van Amerikaanse zijde wordt gezegd dat de VS bij de stationering zullen samenwerken met Europese NAVO-bondgenoten. Dit wil EU-voorzitter Duitsland ook: de minister van Defensie, Frans Jozef Jung, suggereert dat het Amerikaanse plan wordt geïntegreerd in de NAVO-studie. De NAVO is namelijk bezig met een studie naar een defensiesysteem om haar territorium beter te beschermen. Zo’n integratie betekent niet dat de NAVO meebeslist over het gebruik. De ballistische raketsystemen komen er wereldwijd in de eerste plaats voor de bescherming van Amerikaans grondgebied. Het antiraketsysteem in Oost-Europa is er niet om middellange- en korteafstandswapens te vernietigen. Een neveneffect is een betere verdediging van Midden- en Noord-Europa tegen langeafstandsraketten.

Hierdoor dreigt een tweedeling inzake de veiligheid van Europa. NAVO-secretaris-generaal De Hoop Scheffer vindt dat deze veiligheid ondeelbaar is. De vraag is hoe de zuidelijke NAVO-landen moeten worden beschermd. De secretaris-generaal is van mening dat de NAVO haar eigen ”theater defensieprogramma” moet gebruiken om deze landen te beschermen. Zo zou het gat opgevuld worden dat het Amerikaanse antiraketsysteem in Oost-Europa in de veiligheid van Europa slaat. Zuidoost-Europa kan beschermd worden door de Patriotraketten en de Aegisradar van het (toekomstige) kleinere NAVO-antiraketsysteem.

Een politiek meningsverschil dreigt ook tussen de NAVO en de EU te ontstaan. Volgens EU-buitenlandcoördinator Solana is het de vraag of de EU met raketten zal worden bedreigd. NAVO-secretaris-generaal De Hoop Scheffer meent dat er een „reële en groeiende raketdreiging voor Europa” bestaat.

Polen en Tsjechië bevinden zich in een spagaat. Daarom is het te begrijpen dat de Poolse en de Tsjechische ministers van Buitenlandse Zaken tijdens de recente EU-top aangaven dat hun regeringen nog steeds „denken over plaatsing”, en dat „er nog geen definitieve besluit is genomen.” Dit voorkomt voorlopig een nieuwe scheidslijn in het veiligheidsbeleid van de EU en de NAVO.

De auteur is politicoloog en onderzoeker. Hij was werkzaam bij de vaste Kamercommissies voor defensie en voor buitenlandse zaken.

23:07 Gepost door gepost door Kris Roman in Geopolitica nederlands | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.